Agenten die het autorijden almaar uitstellen, nauwelijks durven inhalen of bij een spoedrit het gaspedaal niet durven in te trappen, worden bij het centrum door twaalf psychologen geholpen om hun angst te bestrijden.
"De politieacademy heeft daarnaast twee rij-instructeurs aangesteld, die de agenten met rijangst weer in de auto of op de motor begeleiden", aldus hoofdbehandelaar J. van den Berg van Ipzo. "Zij oefenen met de agenten op een parcours in Flevoland".
Volgens hem kan rijangst bij agenten grote invloed hebben op hun gedrag, emoties en lichaam. Bovendien kent de fobie veel vormen, zoals angst voor gladde wegen, rijden langs water of voor verkeer in het donker. "Maar ook het oversteken van bruggen kan een probleem zijn." De angsten kunnen leiden tot extreem gespannen bestuurders. De fobie is tot op heden moeilijk bespreekbaar binnen de politie. Chefs en collega's reageerden volgens cursisten vaak vol onbegrip. De ervaringen met de therapie zijn echter zo goed, dat de korpsen en verzekeraars nu willen meebetalen.
Trauma
Vooral agenten die een ongeval hebben meegemaakt kunnen rijangst ontwikkelen. Bij noodritten en achtervolgingen is de kans op ongelukken groter. "Agenten zijn geen robotten", aldus Van den Berg. "Het kan een enorm trauma opleveren. Voor agenten die niet durven te rijden is binnen de politie moeilijk een plek te vinden."
Afgelopen najaar werden vijftien politiemensen behandeld, waarvan een deel al lang niet normaal functioneerde. Inmiddels durven ze allemaal weer de weg op. Na dit succes is er voor komend jaar voor bijna driemaal zo veel kandidaten uit heel het land een behandelplek. Hoeveel agenten in ons land met rijangst kampen, is niet duidelijk. Van alle automobilisten zou een half miljoen ermee kampen, vooral vrouwen.
Bron: Telegraaf